_

Wat weet ik er eigenlijk van? Notities van een tropenarts

Memisa, 1985, 1999

Wij hebben maar één woord voor ze: medicijnmannen. Dat is nogal onhandig, want afgezien van het feit dat het ook vrouwen kunnen zijn, weten we daarmee niet of ze nou goed of kwaad doen. Vroeger zaten wij daar niet zo mee. Voor het gemak vonden we gewoon dat ze allemaal kwaad deden. Van heidens gedoe kan natuurlijk nooit iets goeds komen.

De Engelsen hadden zich wat meer in de materie verdiept, want die maakten al vroeg onderscheid tussen healers, genezers, en witchdoctors, tovenaars, bedrijvers van zwarte magie. In het Kiswahili is het verschil natuurlijk helemaal duidelijk, want Tanzanianen hebben er bijna dagelijks mee van doen. Je gaat naar de mganga, de traditionele genezer, als je ziek bent of als het ongeluk je blijft achtervolgen. Als je echter een vrouw of man verliefd op je wilt laten worden, of als je een pest aan iemand hebt en een bezwering wil laten uitspreken, dan breng je een bezoek aan de mchawi, de tovenaar. Tenminste, als je daar de moed toe kunt opbrengen, want met die jongens is het altijd een beetje oppassen geblazen.

Ik had nog nooit met wachawi te maken gehad. Tot op vandaag…