_

Over Ebola en tropenartsen (september 2014)

Hoeveel keer Artsen Zonder grenzen ervoor heeft moeten waarschuwen weet ik niet, maar ruim vijf maanden na het begin van de epidemie – en nadat er een paar niet-Afrikanen besmet waren geraakt, maar dat zegt niemand hardop – drong het eindelijk tot de wereld door dat het Ebolavirus wel eens een internationale bedreiging zou kunnen gaan vormen. De VN Veiligheidsraad sprak eind deze maand zelfs van een bedreiging voor de international vrede, hoewel ik dat eerlijk gezegd niet helemaal begrijp.

Ik begrijp nog meer niet.
Geld om de uitbraak, die volgens WHO-medewerkers honderdduizenden slachtoffers kan gaan maken, te bestrijden is er inmiddels meer dan genoeg. Amerika, de Europese Unie, Rusland, China, India, Brazilië, Cuba, van alle kanten stroomde de financiële steun toe.
Waar de hulpverlening vooral op blijft steken is menskracht, zorgfaciliteiten en ziekenhuisbedden. Volgens een artikel in Medisch Contact van 24 september zijn er 1650 lokale en 210 internationale werkkrachten van Artsen zonder Grenzen actief in het getroffen gebied. Onder hen is welgeteld één Nederlander. Mogelijk omdat ons land daarmee toch een beetje mager afsteekt, deed minister Schippers een oproep aan alle Nederlandse ziekenhuizen om personeel dat vrijwillig in West Afrika wil gaan helpen zoveel mogelijk ter wille te zijn, bijvoorbeeld door hun gedurende die tijd vrijaf te geven. Laboranten zijn hard nodig, verpleegkundigen en artsen, allen bij voorkeur met ervaring in de tropen. Want niet alleen grijpt Ebola om zich heen, door de ontwrichting van het gehele publieke stelsel krijgen ziekten als malaria, HIV, lepra en tuberculose ook weer vrij spel.

Eigenlijk vraagt onze minister gewoon om tropenartsen. En nu ben ik bij wat ik niet snap: op 2 oktober hoor ik op Radio 1 twee medewerkers van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in een interview zeggen dat het er alle schijn van heeft dat minister Schippers voor de onlangs geautoriseerde opleiding tot tropenarts geen geld beschikbaar gaat stellen. Dit met het argument dat tropenartsen voor Nederland geen toegevoegde waarde hebben.
Afgezien van het feit dat die laatste opmerking met een paar argument zo onderuit te halen is, blijft het op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat dezelfde minister die nu zit te gillen om tropenartsen geen cent beschikbaar gaat stellen voor het opleidingsinstituut van die artsen.

Hoorde ik deze week ook nog dat aan onze krijgsmacht is gevraagd de epidemie te gaan helpen bestrijden. Het antwoord van mevrouw Hennis-Plasschaert was dat het leger daar helaas niet voldoende capaciteit meer voor heeft. Kunnen we in dit land eigenlijk nog wat anders dan bezuinigen op belangrijke zaken en bekvechten over Zwarte Piet?