_

Een nette boom (december 2014)

De kaart die me deze maand werd toegestuurd door Rike, een fysiotherapeute uit Groningen met wie ik in de jaren zeventig een aantal maanden samenwerkte in het Turiani Hospital, bracht een schok van herkenning. Op de achterzijde kon nu wel worden beweerd dat de foto in 1949 door H. Hilterman was genomen in Haarlem, maar daar liep ik met mijn vader! En dit was niet de Damstraat richting het Spaarne, maar de Damstraat in Rotterdam, recht tegenover ons huis. Het zal 1953 zijn geweest. De kinderhoofdjes van de rijweg glommen precies eender, de straten waren net zo leeg. Winterse avondlucht hing dampig, doortrokken met rook van talloze kolenkachels, de geur van de koffiebranderij in de Piekstraat en de zware gerstlucht van de Oranjeboom bierbrouwerij.
Waarom juist ik die keer meeging om een kerstboom te kopen en niet een van mijn broers, weet ik niet. Misschien hielden ze de jaarlijkse boomaanschaf met mijn vader wel zo’n beetje voor gezien. Dat begreep ik pas achteraf.

Van kluiten had niemand nog gehoord. Klanten konden kiezen tussen houten kruis onder de stam getimmerd of geen kruis. Geen kruis was goedkoper, reden voor mijn vader om in zijn vrije uren een roestvrijstalen standaard te maken met een huls waar water in gegoten kon worden. Vanwege mijn vaders scheepsverleden werd het een loeizwaar ding met keilbouten dat gemakkelijk de elk jaar door Noorwegen geschonken spar op de Coolsingel overeind had kunnen houden.
Geen kruis dus. Verder zette mijn vader meteen de sfeer door alle uitgestalde bomen onder handbereik geringschattend opzij te schuiven. Met tegenzin trok de verkoper een ander exemplaar uit de stapel. Het werd de eerste van vele. Eenmaal min of meer tevreden wat betreft grootte en vorm ging mijn vader over tot het testen van de kwaliteit. Daartoe stampte hij net zo lang met de stam op het trottoir tot er een paar naalden loslieten.
‘Begint nu al uit te vallen,’ morde hij.
De handelaar die zich slechts met moeite had kunnen beheersen bij de ruwe behandeling van zijn koopwaar protesteerde. ‘Ik heb deze anders gisteren binnengekregen.’
‘Als mijn vrouw ergens een hekel aan heeft,’ praatte mijn vader door alsof hij de man niet had gehoord, ‘is het aan dennennaalden in haar huis.’
De koopman zweeg. Mijn vader ook. Ik begon het koud te krijgen.
Na een tijdje vroeg mijn vader op onverschillige toon: ‘Moet-ie kosten?’
De verkoper bromde een bedrag. Ik was net oud genoeg om te begrijpen dat mijn vader daar met zijn bod ver onder zat. Van wat volgde staat me alleen nog het enorme gevoel van opluchting bij, toen we eindelijk met boom de kraam verlieten. We kregen nog net geen verwensing achterna geslingerd. Pas halverwege ons huis kreeg ik weer enigszins oog voor de omgeving. Voorbijgangers keken keurend, eerst naar de kerstboom, vervolgens naar mijn vader en mij.
‘Nette boom,’ zei iemand.
Ik glom.