_

Vervagen (januari 2015)

Zuster Guido is aan het vervagen. In alle tumult van gijzeling, beschietingen, onthoofdingen, verbrandingen, burgeroorlogen en het verdrinken van mensen die in lekke sloepen aan dat alles proberen te ontkomen valt me ineens op dat ze vrijwel is verdwenen van de foto die ik tezamen met tientallen andere aan de muur van mijn werkkamer heb geprikt.
Nee, wacht… mijn vader verbleekt ook. Hij is nog juist te onderscheiden van de andere varensgasten aan de reling van zijn schip. Buenos Aires 1928 staat er geschreven onder het oude, bruine kiekje.

Zuster Guido deed de administratie van Ndala Hospital, een plek waar ik jaren heb gezeten. Ik had vaak twijfels of het zittende werk haar wel paste. Ondanks haar leeftijd had ze nog het meeste weg van een klein, springerig meisje dat alleen maar vrolijke opmerkingen kan maken. De enige sombere woorden die ik ooit uit haar mond heb gehoord waren die van openlijk medelijden met mijn mogelijk toekomstige echtgenote. Dat was toen ze erachter kwam dat ik een enorme pietepeut ben wat betreft jaarrapporten van ziekenhuizen. Zij moest die dingen namelijk stencilen en ik wilde nog weleens iets opnieuw.

Hoe ze in haar vroege jaren als onderwijzeres aan de rooms-katholieke school moest zijn geweest kreeg ik geïllustreerd toen ik me eens hardop probeerde te herinneren naar welke kant de kranen van de tanks waarin het regenwater werd opgevangen om de negen maanden van droogte door te komen, opengedraaid moesten.
‘Open’, articuleerde ze alsof ze iets uitlegde aan het traagste jongetje van de klas. ‘Je moet gewoon de ‘o’ van ‘open’ schrijven. Kijk, zóóóóó…,’ En ze schreef met haar wijsvinger op het cement. ‘Zie je? In die richting moet ook de kraan draaien.’
Ik ben het nooit meer vergeten.

Waarom juist zij en mijn vader aan het verdwijnen zijn is me niet duidelijk. Hun foto’s kunnen onmogelijk de enige zijn die niet goed werden gefixeerd. Keren ze zich als eersten af van de waanzin van deze wereld, de moordpartijen, de vernieling, de troep die we van onze oceanen maken en de hebzucht die de aarde doet beven en kerken scheuren? Ik kan het hun niet meer vragen. Is hij bezig terug te keren naar Buenos Aires 1928, een plek waar hij zichtbaar gelukkig was? En is zij op weg naar haar kantoor in Ndala Hospital? Als dat zo is, gaan er dan straks nog anderen van mijn muur verdwijnen? En als dat zo is, mag ik dan ook? Al was het maar voor een tijdje. Om weer een beetje moed te krijgen.